Een niet zo korte geschiedenis voor lezers met veel tijd

Ik werd geboren op 15 februari 1986 in Wilrijk, Antwerpen, maar daar ben ik ondertussen volledig van hersteld. Toen ik 2 was werd ik samen met enkele kartonnen dozen in een rode 2PK gestoken en verhuisden we naar Gent. In die stad woon ik nu nog steeds.

2cv-club-red.jpg

Volgens de overlevering had ik rond die leeftijd het bijzondere en voorts volstrekt nutteloze talent ontwikkeld om vanuit de kinderwagen alle automerken te herkennen en benoemen. Die gave ben ik kwijt, maar dat is niet erg, want op je 33ste is het sowieso een stuk minder indrukwekkend en zelfs eerder irritant om de hele tijd ongevraagd automerken af te drammen. Rond m’n zevende wilde ik accordeon leren spelen. Mijn ouders begrepen niet goed waarom – net zomin als ik nu – en stelden piano voor als alternatief. Daar ben ik hen nog altijd dankbaar voor. Op mijn eerste examen speelde ik een Vogelwaltz en het Menuet in G van Bach, maar ik had al vrij snel door dat je met The Most Beautiful Girl In The World van Prince meer succes had bij de meisjes. Mijn eerste groep heette Lithos; ik was 14 en Lithos was Grieks voor steen en steen in het Engels was rock, hebt u ‘m? De gitarist van die groep is nu een waanzinnige jazzpianist, de drummer een hedendaagse componist en de zangeres was toen Billie en is nu nog steeds Billie van Gimme The Knife. Dat allemaal bij mekaar dus, voor mocht u zich afvragen waarom we nooit zijn doorgebroken.

Na m’n middelbaar ging ik Muziekproductie studeren aan de School Of Arts in Gent, dat toen nog gewoon het Conservatorium heette en nu eigenlijk ook, terwijl het tegelijkertijd het KASK is. Dat krijg je als je artiesten laat nadenken over commerciële dingen als branding.
Ik leerde er Wouter Vlaeminck van Tomàn kennen en toen die groep een bewerking had gemaakt van Twee Meisjes van Raymond van het Groenewoud ter ere van de vijfde verjaardag van Poppunt, vroeg hij of ik geen zin had om de Rhodes-partij te komen meespelen in het Depot. Het was 2006 en van dat feestje rest online enkel nog een onscherpe foto, maar ergens op de achtergrond kan je in vage pixels een paar snotneuzen van o.a. Balthazar en The Blackbox Revelation herkennen, lang voor ze haar op hun benen hadden. Het was leuk en ik mocht vast bij Tomàn spelen op voorwaarde dat ik niet langer luidop verkondigde dat ik ook naar Queen luisterde.

Rond die tijd begon ik ook zelf songs te schrijven, eerst in het Engels, later in het Nederlands. Liefde ging me beter af dan love. In 2009 studeerde ik af met een zelf geschreven, geproducete en gemixt EP’tje, getiteld Goudvis. In de Conservatorium-experimenteerbak had ik ondertussen ook 3 vrienden en tegelijk geniale muzikanten gevonden in ruil voor enkele drankbonnen: Bruno Ravelingien (gitaar), Simon Casier (bas) en Laurens Billiet (drums). Met die laatste was ik het jaar ervoor ook samen bij de reünie van Luna Twist beland, een Belgische jaren ’80 newwaveband. Er zaten veel synthesizers in en de bassist was getrouwd met Martine Jonckheere van Familie. Soms moet het niet meer zijn dan dat.

Een jaar later nam ik onder eigen naam deel aan de Nekka-wedstrijd, een wedstrijd voor Nederlandstalige muziek, verbonden aan de Nekka-nacht, een nacht voor Nederla..., inderdaad. De finale van 2010 was volledig Gents. De sympathieke gasten van Uberdope veroverden brons, Saf won en ik werd tweede, omdat ik dat beter kan dan winnen, zo zou in 2019 nogmaals blijken. Diezelfde zomer doken we de studio in om een eerste full album op te nemen. Gert Jacobs (die later o.a. ook de eerste Douglas Firs zou doen) en Wouter Vlaeminck (die met Toman net het geniale Wear Wolves Wear Wolf Wear had afgewerkt) deden de productie.

In maart 2011 kwam Hoera voor de Eleboe uit. De plaat werd lovend ontvangen en De Goudvis werd een bescheiden radiohit, die zowaar naar plaats 15 in de beste-Belgische-songs-aller- tijden-lijst van Radio1 zwom. Ik kreeg zelfs een MIA (Music Industry Award) nominatie in de categorie “Beste Nederlandstalig”, die uiteindelijk gewonnen werd door Bart Peeters, want dat is wat Bart Peeters doet. De mooiste beloning was wellicht dat we door Spinvis als voorprogramma werden mee gevraagd tijdens het Belgische luik van de Tot Ziens, Justine Keller-tour. Ik deed een paar radiosessies, mocht in mooie zalen en op toffe festivals spelen en schopte het tot een quizvraag in Blokken. Redenen genoeg om na te denken over een tweede album.

Ondertussen dook ik ook met andere bands tussen de lakens, op het podium of in de studio: piano’s en keyboards op de eerste Douglas Firs (Shimmer & Glow), ronkende live Hammonds bij Ian Clement en kortstondig ook synths bij de eerste incarnatie van Faces on TV, toen je daar nog maar 1 instrument voor moest kunnen spelen. Met Toman namen we in 2012 de (voorlopig?) laatste plaat op, Postrockhits Vol. 2 en gezien Europa stilaan te klein werd en het bier er goedkoper was, trokken we in 2013 voor bijna drie weken op tour door China. Lost in translation met fans die soms duizenden kilometers gereisd hadden om ons te zien in miljoenensteden met gigantische gebouwen en heerlijk lekker eten. Terug thuis kocht ik voor de verandering eens geen nieuwe instrumenten, maar twee koekboeken.

FotoA.JPG

Begin 2014 verscheen de opvolger van de Eleboe, simpelweg getiteld Zon. Het was een iets melancholischere, donkerdere plaat en kwam uit in eigen beheer. De recensies waren opnieuw goed, zij het iets schaarser dan bij de eerste, toen alles nog nieuw, jong en beloftevol was. Rond diezelfde tijd kreeg ik een telefoontje of ik zin had om toetsen te komen spelen bij Admiral Freebee en tegen de admiraal zeg je geen neen. The Great Scam was net uit en we speelden die zomer samen met The Rolling Stones op Werchter Classic. Omdat hij maar bleef aandringen, mocht Ron Wood op de foto met m’n pasgeboren tweede dochter.

In september 2014 nam ik een EP op, als experiment: vijf nummers, ingespeeld, gemixt en afgewerkt op slechts drie dagen tijd. Beter, heette het ding, met Tegengif als bekendste single en Retro als titel voor de theatertour, waar ik de hele groep overtuigd had om in 70’s kleren op te treden, omdat dat goed paste bij m’n haar en snor. Daarnaast bracht 2015 ook een Nekka-nacht-verschijning bij Buurman (de tweede, na “In Milaan” samen met Kommil Foo in 2012), opnames voor een volgende Freebee-plaat (Wake Up And Dream) en het begin van de samenwerking met Mortier (toen nog De Ministers van de Noordzee)

Toen ik een jaar later stilaan plannen begon te smeden voor een volgend Senne Guns album, kreeg ik opnieuw een telefoontje, deze keer met de vraag of ik misschien geïnteresseerd was om toetsen te spelen bij Pomrad. Ik was vereerd en ook wat onzeker, want muzikaal stond Pomrad ongeveer even ver van mij vandaan als bosbeheer van Joke Schauwvlieghe. Maar het klikte en de shows waren heerlijk. Ik leerde zowaar keyboards spelen en dansen tegelijk, of dat maakte ik althans mezelf wijs.

Om tussendoor wat te bekomen van al dat live geweld, namen we een eerste full album op met Zimmerman, het solo-project van (Balthazar-bassist) Simon Casier, getiteld The Afterglow. Omdat Simon iemand is die elk gek idee onmiddellijk “bère” vindt, besloten we om ook een integrale Performed On Piano versie van die plaat te maken, speciaal voor op Klara.

2017 werd razend druk en begon met Zimmerman en een 6000 km lange Europese support-tour van De Staat, een Nederlandse band die structureel gesubsidieerd wordt door de staat met kleine letters, maar dat mag je niet te vaak luidop zeggen. Ook Pomrad speelde veel in binnen -en (liefst-zo-ver-mogelijk) buitenland, met als uitschieters een trip naar het Belgian Beer Weekend in Japan en daaraan gekoppeld een show voor 250 uitgelaten Koreanen in Seoul (we waren dan toch in de buurt, dachten we). Terug thuis mocht ik synths spelen op Hinges Of Luck, het heerlijk mooie derde album van Douglas Firs.

Op 19 maart 2017 bracht ik in een café om de hoek in Gent de allereerste versie van wat twee jaar later zou uitmonden in Opus 3, een solo cabaretvoorstelling. Onder het toeziend oog en de ervaren (lees: strenge) blik van Raf Walschaerts boetseerde, probeerde, faalde, schreef, schrapte, schuurde en schaafde ik om uiteindelijk in december 2018 ergens te eindigen waar we allebei tevreden over waren. Toevallig waren er een maand later preselecties voor het Leids Cabaretfestival in Nederland en ik besloot het erop te wagen. Ik werd tweede (throwback naar 2010) en mocht mee op finalistentour langs 44 quasi uitverkochte zalen in Nederland. In het najaar van 2019 wordt daar nog een staartje aangeknoopt met Cabarestafette en in het voorjaar 2020 trek ik er dan eindelijk mee op tour langs theaters in België, maar dat is voer voor later in een volgende alinea in deze alles behalve beknopte biografie.

Senne Guns - Fotograaf Martin Oudshoorn.jpg